Schoolmeubelmaker Schilte ging in zijn 170-jarige bestaan van stoommachines naar robotarmen
19 augustus 2024
Geen drukkere tijd dan de zomervakantie voor schoolmeubelfabriek Schilte. Het bijna 170 jaar oude familiebedrijf ziet dat scholen meer waarde aan hun inrichting zijn gaan hechten. ‘Ze krijgen budget per leerling. Dan loont het om te investeren in je uitstraling.’
Hun vader had het ze nog zo op het hart gedrukt: neem nou niet samen de leiding over de zaak, dat geeft ongezellige kerstdiners. Toch zitten ze hier samen, de broers Edwin en Bart Pompe, in hun showroom vol stoeltjes, bureaus, opbergkasten en ander schoolmeubilair. Ruim tien jaar bestieren ze inmiddels meubelfabriek Schilte, als zesde generatie. En de kerstdiners zijn gewoon gezellig gebleven, lacht Edwin. ‘Vanmiddag komt-ie nog bij mij barbecueën.’
De twee zijn achter-achter-achterkleinkinderen van Bernardus ‘Nard’ Schilte. Hij begon het houtbewerkingsbedrijf in 1858, met één draaibank op een IJsselsteinse zolderkamer. In de decennia daarop groeide Schilte uit tot een begrip in het Utrechtse stadje, met een grote fabriek pal aan de Hollandsche IJssel.
Het is een schoolvoorbeeld van de Nederlandse industrialisatie die destijds op gang kwam. De hoge, stenen schoorsteen uit begin vorige eeuw herinnert aan de tijd dat frees- en zaagmachines met stoom werden aangedreven. Nu fungeert de oude schoorsteen als zendmast voor telecombedrijf Odido.
Al sinds de 19de eeuw specialiseert Schilte zich in meubilair voor scholen. De zomervakantie is de drukste periode van het jaar, legt Bart Pompe (44) uit. Dan hebben veel onderwijsinstellingen tijd en ruimte om oud meubilair te vervangen of de inrichting eens om te gooien.
Tot een jaar of twintig geleden bestelden scholen telkens ongeveer dezelfde, rechttoe-rechtaan stoelen en bureaus, zegt Bart. ‘Dan gingen collega’s langs met een orderboek en schreven ze gewoon op: negentig tafels in die maat, negentig stoelen van dat type. Nu wordt er een heel visueel plan opgesteld en bieden we veel meer maatwerk.’
Zijn indruk is dat met name basisscholen zich tegenwoordig meer willen onderscheiden. ‘Hoorde je vroeger bij de protestantse kerk, dan ging je gewoon naar de protestantse school in de buurt. Vandaag de dag zijn ouders veel meer aan het shoppen. De scholen krijgen budget per leerling, dus hoe meer leerlingen je trekt, hoe meer budget je krijgt. Dan loont het om te investeren in je uitstraling.’
De scholen kloppen dan ook niet alleen meer bij het bedrijf aan voor de meubels zelf, maar ook voor advies over de gehele inrichting. Sinds een paar jaar werken hier vijf ontwerpers. Op de computer richten zij complete klaslokalen in. Door zichzelf hier met virtual reality-brillen middenin te plaatsen, kunnen ze beter inschatten hoe het meubilair uit de verf komt.
Een stoeltje voor een basisschool is andere koek dan een gemiddelde eetkamerstoel, zegt Bart. ‘Op een eetkamerstoel zit je bij wijze van spreken twee keer een halfuurtje per dag. De stoelen die wij maken, moeten twintig jaar lang intensief gebruik overleven. Ze moeten ontzettend hufterproof zijn.’
Hij wijst op de verbindingskruizen en metalen pinnen onder een van de stoelen. Net als de meeste meubels hier is hij gemaakt van beukenhout. Dat splintert niet zo snel als bijvoorbeeld eikenhout.
Honderd jaar geleden arriveerden er per boot nog complete boomstammen bij de fabriek. Die moesten, in plakken gezaagd en wel, eerst maanden tot een jaar in de weilanden rondom het terrein in de wind liggen drogen. Tegenwoordig koopt het bedrijf zijn hout in als planken en platen, direct klaar voor gebruik.
En nog altijd zijn de veranderingen in volle gang in de fabriek van 5.600 vierkante meter. Medewerkers zijn er in de weer met machines die houten onderdelen zagen, frezen, schuren en lakken. Sinds begin dit jaar staat er een robotarm. Met zuignappen pikt deze robot latjes op om ze in een machine te leggen die volautomatisch inkepingen schaaft en gaten boort. Is de machine klaar, dan stapelt de mechanische arm de onderdelen − bedoeld als verstevigende verbinding tussen stoelpoten − netjes op.
Als het aan Edwin Pompe (40) ligt, is deze robotarm pas het begin. De werktuigbouwkundige is het brein achter de laatste golf vernieuwingen. Met enige trots wijst hij op een machine die jaarlijks 100 duizend latten omtovert tot tafel- en stoelpoten. Het apparaat draait het hout razendsnel om zijn as om er ronde vormen in te slijpen, boort gaten en schuurt het oppervlak mooi af. ‘Voorheen hadden we hier vier losse machines voor staan.’
Verdere automatisering en efficiëntieslagen zijn volgens hem broodnodig om de productie op te blijven voeren met hetzelfde aantal medewerkers. Volgend jaar gaat een nieuwe productielocatie in het nabijgelegen Culemborg open, met een aparte productielijn om ruwe houten platen voor te bewerken. Schilte wil doorgroeien, onder meer door uit te breiden naar Duitse klanten.
Deze groei moet het bedrijf minder kwetsbaar maken als een deel van de klandizie wegvalt. In 2012, in de nasleep van de economische crisis, zakte de vraag van scholen naar meubilair in. Pardoes doken de cijfers van Schilte enkele jaren in het rood. De twee willen koste wat het kost voorkomen dat hun bedrijf opnieuw in de problemen raakt. ‘Wij zijn nu de zesde generatie in dit bedrijf. Het zal ons niet overkomen dat het net in onze bewindsperiode misgaat’, aldus Bart.
Beide broers zeggen nooit druk te hebben gevoeld om bij de familiefirma aan de slag te gaan. Ze werkten allebei enkele jaren ergens anders voordat ze besloten terug te keren bij het bedrijf.
Intussen heeft de zevende generatie zich aangediend. ‘Mijn kinderen hebben hier gisteren nog ijsjes uitgedeeld’, zegt Edwin. Ook hij wil ze niet onder druk zetten om voor het bedrijf aan de slag te gaan, benadrukt hij. ‘Maar we hebben een prachtig familiebedrijf, mijn vrouw en ik vinden het belangrijk aan onze kinderen mee te geven wat hier gebeurt. We proberen dat familiegevoel er wel een beetje in te houden.’
Hun vader had het ze nog zo op het hart gedrukt: neem nou niet samen de leiding over de zaak, dat geeft ongezellige kerstdiners. Toch zitten ze hier samen, de broers Edwin en Bart Pompe, in hun showroom vol stoeltjes, bureaus, opbergkasten en ander schoolmeubilair. Ruim tien jaar bestieren ze inmiddels meubelfabriek Schilte, als zesde generatie. En de kerstdiners zijn gewoon gezellig gebleven, lacht Edwin. ‘Vanmiddag komt-ie nog bij mij barbecueën.’
De twee zijn achter-achter-achterkleinkinderen van Bernardus ‘Nard’ Schilte. Hij begon het houtbewerkingsbedrijf in 1858, met één draaibank op een IJsselsteinse zolderkamer. In de decennia daarop groeide Schilte uit tot een begrip in het Utrechtse stadje, met een grote fabriek pal aan de Hollandsche IJssel.
Het is een schoolvoorbeeld van de Nederlandse industrialisatie die destijds op gang kwam. De hoge, stenen schoorsteen uit begin vorige eeuw herinnert aan de tijd dat frees- en zaagmachines met stoom werden aangedreven. Nu fungeert de oude schoorsteen als zendmast voor telecombedrijf Odido.
Al sinds de 19de eeuw specialiseert Schilte zich in meubilair voor scholen. De zomervakantie is de drukste periode van het jaar, legt Bart Pompe (44) uit. Dan hebben veel onderwijsinstellingen tijd en ruimte om oud meubilair te vervangen of de inrichting eens om te gooien.
Tot een jaar of twintig geleden bestelden scholen telkens ongeveer dezelfde, rechttoe-rechtaan stoelen en bureaus, zegt Bart. ‘Dan gingen collega’s langs met een orderboek en schreven ze gewoon op: negentig tafels in die maat, negentig stoelen van dat type. Nu wordt er een heel visueel plan opgesteld en bieden we veel meer maatwerk.’
Zijn indruk is dat met name basisscholen zich tegenwoordig meer willen onderscheiden. ‘Hoorde je vroeger bij de protestantse kerk, dan ging je gewoon naar de protestantse school in de buurt. Vandaag de dag zijn ouders veel meer aan het shoppen. De scholen krijgen budget per leerling, dus hoe meer leerlingen je trekt, hoe meer budget je krijgt. Dan loont het om te investeren in je uitstraling.’
De scholen kloppen dan ook niet alleen meer bij het bedrijf aan voor de meubels zelf, maar ook voor advies over de gehele inrichting. Sinds een paar jaar werken hier vijf ontwerpers. Op de computer richten zij complete klaslokalen in. Door zichzelf hier met virtual reality-brillen middenin te plaatsen, kunnen ze beter inschatten hoe het meubilair uit de verf komt.
Een stoeltje voor een basisschool is andere koek dan een gemiddelde eetkamerstoel, zegt Bart. ‘Op een eetkamerstoel zit je bij wijze van spreken twee keer een halfuurtje per dag. De stoelen die wij maken, moeten twintig jaar lang intensief gebruik overleven. Ze moeten ontzettend hufterproof zijn.’
Hij wijst op de verbindingskruizen en metalen pinnen onder een van de stoelen. Net als de meeste meubels hier is hij gemaakt van beukenhout. Dat splintert niet zo snel als bijvoorbeeld eikenhout.
Honderd jaar geleden arriveerden er per boot nog complete boomstammen bij de fabriek. Die moesten, in plakken gezaagd en wel, eerst maanden tot een jaar in de weilanden rondom het terrein in de wind liggen drogen. Tegenwoordig koopt het bedrijf zijn hout in als planken en platen, direct klaar voor gebruik.
En nog altijd zijn de veranderingen in volle gang in de fabriek van 5.600 vierkante meter. Medewerkers zijn er in de weer met machines die houten onderdelen zagen, frezen, schuren en lakken. Sinds begin dit jaar staat er een robotarm. Met zuignappen pikt deze robot latjes op om ze in een machine te leggen die volautomatisch inkepingen schaaft en gaten boort. Is de machine klaar, dan stapelt de mechanische arm de onderdelen − bedoeld als verstevigende verbinding tussen stoelpoten − netjes op.
Als het aan Edwin Pompe (40) ligt, is deze robotarm pas het begin. De werktuigbouwkundige is het brein achter de laatste golf vernieuwingen. Met enige trots wijst hij op een machine die jaarlijks 100 duizend latten omtovert tot tafel- en stoelpoten. Het apparaat draait het hout razendsnel om zijn as om er ronde vormen in te slijpen, boort gaten en schuurt het oppervlak mooi af. ‘Voorheen hadden we hier vier losse machines voor staan.’
Verdere automatisering en efficiëntieslagen zijn volgens hem broodnodig om de productie op te blijven voeren met hetzelfde aantal medewerkers. Volgend jaar gaat een nieuwe productielocatie in het nabijgelegen Culemborg open, met een aparte productielijn om ruwe houten platen voor te bewerken. Schilte wil doorgroeien, onder meer door uit te breiden naar Duitse klanten.
Deze groei moet het bedrijf minder kwetsbaar maken als een deel van de klandizie wegvalt. In 2012, in de nasleep van de economische crisis, zakte de vraag van scholen naar meubilair in. Pardoes doken de cijfers van Schilte enkele jaren in het rood. De twee willen koste wat het kost voorkomen dat hun bedrijf opnieuw in de problemen raakt. ‘Wij zijn nu de zesde generatie in dit bedrijf. Het zal ons niet overkomen dat het net in onze bewindsperiode misgaat’, aldus Bart.
Beide broers zeggen nooit druk te hebben gevoeld om bij de familiefirma aan de slag te gaan. Ze werkten allebei enkele jaren ergens anders voordat ze besloten terug te keren bij het bedrijf.
Intussen heeft de zevende generatie zich aangediend. ‘Mijn kinderen hebben hier gisteren nog ijsjes uitgedeeld’, zegt Edwin. Ook hij wil ze niet onder druk zetten om voor het bedrijf aan de slag te gaan, benadrukt hij. ‘Maar we hebben een prachtig familiebedrijf, mijn vrouw en ik vinden het belangrijk aan onze kinderen mee te geven wat hier gebeurt. We proberen dat familiegevoel er wel een beetje in te houden.’
Stel je vraag...
Bel ons op of laat een bericht achter via ons mailadres info@schilte.nl.
Deze website maakt gebruik van cookies om de best mogelijke ervaring te waarborgen. Meer informatie...